Nadelen van fasciatherapie – wat zegt de wetenschap?

Fasciatherapie – ook bekend als fasciatherapie volgens de methode Danis Bois – wint snel aan populariteit in België.
Deze alternatieve behandelvorm richt zich op de fascia, het bindweefsel dat spieren, organen en gewrichten omhult.
De therapie belooft verlichting bij pijn, stress en bewegingsproblemen, maar ondanks de groeiende aanhang bestaat er ook wetenschappelijke twijfel.
Hieronder lees je de belangrijkste nadelen en kanttekeningen bij fasciatherapie.

1. Beperkt wetenschappelijk bewijs

Hoewel veel patiënten positieve ervaringen melden, is de wetenschappelijke onderbouwing van fasciatherapie beperkt.
Er bestaan weinig grootschalige studies die de effectiviteit aantonen volgens de criteria van evidence-based geneeskunde.
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelt dat meer klinisch onderzoek nodig is om de werkingsmechanismen en resultaten objectief te bevestigen.

2. Geen erkende medische discipline

In België is fasciatherapie geen officieel erkend paramedisch beroep zoals kinesitherapie of osteopathie.
Dat betekent dat de titel “fasciatherapeut” niet wettelijk beschermd is, waardoor de kwaliteit van therapeuten sterk kan verschillen.
FOD Volksgezondheid waarschuwt dat patiënten best nagaan of de behandelaar een degelijke medische of paramedische achtergrond heeft.

3. Kostprijs en beperkte terugbetaling

Fasciatherapie wordt doorgaans niet terugbetaald door het RIZIV.
Sommige aanvullende verzekeringen voorzien een kleine tussenkomst, maar vaak draait de patiënt zelf op voor de kosten.
Een sessie kost gemiddeld tussen 50 en 80 euro, en meerdere sessies zijn meestal nodig om resultaat te voelen.
Dit maakt het op lange termijn een dure therapievorm.

4. Onmiddellijke bijwerkingen

Na een behandeling kunnen tijdelijke reacties optreden zoals spierpijn, vermoeidheid of lichte hoofdpijn.
Deze klachten verdwijnen meestal snel, maar sommige patiënten ervaren een verergering van hun symptomen voor ze verbetering merken.
Dat is niet gevaarlijk, maar kan ontmoedigend zijn bij de start van de therapie.

5. Niet geschikt bij ernstige medische aandoeningen

Fasciatherapie is geen vervanging voor medische behandeling bij ernstige aandoeningen zoals breuken, ontstekingen of neurologische problemen.
Artsen van het UZ Gent raden aan om eerst een correcte diagnose te laten stellen voor je alternatieve therapieën probeert.
In sommige gevallen kan intensieve manipulatie van het weefsel zelfs ongewenst zijn.

6. Grote kwaliteitsverschillen tussen therapeuten

Omdat er geen uniform opleidingskader is, kan de aanpak sterk verschillen van therapeut tot therapeut.
Sommige praktijken combineren fasciatherapie met mindfulness of energetische technieken, terwijl anderen meer manueel en fysiologisch werken.
Dat maakt het voor patiënten moeilijk om te weten wat ze precies mogen verwachten.

7. Effect vooral subjectief

Veel van de positieve effecten van fasciatherapie zijn gebaseerd op subjectieve beleving: ontspanning, meer lichaamsbewustzijn of minder spanning.
Hoewel dat waardevol kan zijn, is het moeilijk te meten en wetenschappelijk te verifiëren.
Gezond Leven benadrukt dat dergelijke therapieën vooral ondersteunend zijn, en geen vervanging van klassieke geneeskunde.

Fasciatherapie kan voor sommige mensen een heilzame ervaring zijn, vooral bij stress of chronische spanningsklachten.
Toch is het belangrijk om kritisch te blijven: de wetenschappelijke basis is beperkt, de kosten kunnen oplopen en de kwaliteit varieert sterk.
Gebruik fasciatherapie dus als aanvulling, niet als alternatief voor medische zorg, en kies altijd een goed opgeleide therapeut met een erkende paramedische achtergrond.